In deze reeks artikelen schrijven verschillende leden van Schaakvereniging Voorburg. Diverse onderwerpen komen aan de orde. Van "Kunst en schaken"  tot de vraag "Waarom schaken we eigenlijk?". 

Wereldkampioen: een vreemd beest

Aan het wereldkampioenschap voetbal valt nauwelijks te ontsnappen. Ondanks dat Nederland niet mee doet, staan kranten, radio en tv er bol van. Toch is het eigenlijk een merkwaardig toernooi. Je zou zeggen dat de winnaar van deze wedstrijd de beste ter wereld is. Dat is bij het WK-voetbal aantoonbaar niet het geval. Waarom zijn deze toernooien dan toch zo populair?

Bij het schaken is de situatie duidelijker. De wereldkampioen is meestal ook de sterkste schaker van het moment. Maar dit leidt toch tot de vraag: wanneer ben je de sterkste schaker. Het wereldkampioenschap wordt beslist in een match over 12 wedstrijden tussen 2 spelers. Het spelen van een match is wezenlijk anders dan het spelen van een toernooi. Bij een toernooi moet je omgaan met verschillende stijlen en spelers van verschillende sterkte. Bij een match kan jij je prepareren op een bepaalde tegenstander.

We willen bij iedere sport weten wie de beste is. Het is de vraag of het spelen van één toernooi of match antwoord geeft op deze vraag. Bij het tennis heeft men bij mijn weten helemaal geen WK en toch weet iedereen wie de beste speler van het moment is. Bij het schaken zouden we net zo kunnen werken als bij het tennis. Schaakspelers hebben allemaal een elorating. De plek op de ratinglijst, zeker als een wat langere periode wordt bekeken geeft waarschijnlijk een betere indicatie wie de beste speler is. De wk-match is bij het schaken een beetje een reliek uit het verleden. Vroeger waren er maar een paar toernooien per jaar en wist je niet binnen een minuut wat er in de VS op schaakgebied was gebeurd. Dan heeft een WK meerwaarde.

Welbeschouwd is een wereldkampioen een beetje een vreemd beest. Wat je nu precies bent als je het toernooi gewonnen hebt is onbekend. En toch zit je op het puntje van de stoel bij het WK-voetbal en volgen schakers enthousiast de match tussen Carlsen en Caruana. Dit komt toch omdat het kampioenschap niet ieder jaar wordt vergeven. Bij het voetbal is het kampioenschap ééns in de vier jaar. Bij het schaken tegenwoordig eens in de twee jaar, maar de uitdager moet wel een zware cyclus doorlopen. Het moeizame pad en het geringe aantal mogelijkheden om te winnen zorgen voor dramatiek als het niet lukt en dolle vreugde bij winst. Wereldkampioenen zijn vreemde beesten, maar wel schaarse beesten. Daarom zijn deze kampioenschappen zo in trek.

Schrijf reactie (0 Reacties)

Kan een schaker leren van het songfestival?

Vorige week was de finale van het Eurovisiesongfestival. Op het eerste gezicht is er geen groter verschil denkbaar dan dit jaarlijkse muziekspektakel en het schaken. Een schaker ziet zichzelf toch als een denker, staand in een rijke culturele traditie. Het songfestival staat toch voor show, bombast en veelal oppervlakkige deuntjes. Kan je er als schaker toch iets van opsteken?

Op een abstracte manier kunnen het maken van een winnende act op het songfestival en schaken met elkaar worden vergeleken. Welke muzieksoort kies je? Wordt het een zanger, groep of zangeres; een vrolijk of een melancholiek nummer? Daar komen nog alle keuzes die je kunt maken bij de uitvoering bij. Al deze keuzes zijn op te vatten als zetten om het songfestival te winnen. Anders dan bij het schaken wordt de uitslag bij het songfestival uiteindelijk bepaald door de jury en het publiek. Dit houdt in dat je die “zetten” moet doen die in termen van waardering van het publiek het meeste winst opleveren.

De uitslag van de wedstrijd komt wel heel verschillend tot stand. Bij het schaken kun je de waarde van een zet uitrekenen. Dit komt omdat de waarde van een zet voortvloeit uit de stellingskenmerken. Bovendien moet een tegenstander soms op dwingende wijze reageren op jouw zetten. Hiervan is bij het songfestival geen sprake. De toetsingscriteria van de jury zijn onbekend en liggen niet vast. Bovendien weet je niet wie van de kijkers gaat stemmen. Jouw liedje heeft geen enkele invloed op het optreden van de andere deelnemers. Daar komt nog bij dat er voorafgaand aan de finale al uitgebreid wordt gesproken wie de favorieten zijn. Ook dit kan invloed uitoefenen op de uitslag. Bij schaken is het effect van de buitenwacht op de uitslag minimaal. Dat maakt dit spel juist zo mooi.

Toch zijn er ten minste twee lessen uit het songfestival te trekken. Ten eerste hangt wat goed is bij zowel het schaken als het songfestival af van de tegenstander. Bij het songfestival is dat heel duidelijk het geval. Hier is het eigenlijk niet belangrijk of de artiest en de Nederlanders het liedje uit Nederland goed vinden. Belangrijk is dat het gunstig afsteekt ten opzichte van de andere tegenstanders en het lied door mensen in andere landen wordt gewaardeerd. Bij schaken is dit ook zo. Belangrijk is dat je een stelling op het bord krijgt die je beter beheerst dan je tegenstander.

Ten tweede is er de balans tussen individuele originaliteit en de algemene regels. Bij het songfestival zijn sterk afwijkende muziekgenres uit den boze. Het liedje moet bij een groot publiek makkelijk in het gehoor liggen. Maar het lied moet ook opvallen. De algemene regels kunnen dus niet zomaar worden toegepast, maar moeten worden voorzien van een individuele toets, zodat het lied eruit springt. Net als bij het schaken. De algemene regels moeten in de gaten worden gehouden, maar je moet wel rekening houden met de concrete stelling. Ook moet je een eigen individuele speelstijl ontwikkelen die aansluit bij je sterktes en zwaktes.

Het winnende lied van dit jaar voldoet uitstekend aan de gangbare criteria. De “beat” is behoorlijk standaard in de huidige popmuziek. De wat oosters klinkende akkoorden liggen ook lekker in het gehoor. Het opvallende element wordt gevormd door de kakelende kip-achtige geluiden van de zangeres. Ik weet niet of dit voor schakers is aan te raden. Er zijn grenzen aan de lessen die je uit het songfestival kunt trekken.

Schrijf reactie (0 Reacties)

Zwart of wit

Wil je zwart of wit? Veel partijen begonnen met die vraag toen ik als kind leerde schaken. Ik herinner mij dat ik toen liever met zwart speelde. Ik vond de zwarte stukken veel mooier dan de witte. Als je beter leert schaken, baseer je de keuze natuurlijk op de voorkeuren die het spelen met een bepaalde kleur heeft. Toch verandert er eigenlijk niet veel. Als schaker is het toch altijd: wat heb je liever, wit of zwart?

Hoewel de zwartspeler reageert op de witspeler zijn de mogelijkheden om te bepalen wat er op het bord komt gelijkwaardig. Het schaken ken zoveel verschillende systemen, dat de zwartspeler bij elke openingszet van wit wel iets van zijn smaak kan vinden. Dit is een van de leuke aspecten van het schaken. Kan je een stand op het bord krijgen die je ligt.

In theorie is het een voordeel om met wit te spelen. Wit begint, een heeft daardoor als het ware een halve zet voorsprong. Symmetrisch spel, zeg maar het na-apen van de zetten van de tegenstander, is dan ook voordelig voor de witspeler. Natuurlijk is dit theorie. In de praktijk bega je onnauwkeurigheden, waardoor het voordeel van de begin-zet verdwijnt. Toch wint de witspeler procentueel vaker dan de zwartspeler. Een onnauwkeurigheid met wit leidt tot een gelijke stelling, terwijl een mindere zet met zwart vaak leidt tot een onprettige positie.

Omdat je met wit begint, kan je proberen gelijk vol op de aanval te spelen. Een zwartspeler kan daarop inspelen door zich verdedigend maar wel flexibel op te stellen om daarna in het verlaten achterland toe te slaan. Een andere mogelijkheid is dat wit vertrouwt op zijn techniek, en de begin-zet gebruikt voor een klein langdurig voordeeltje. Op zo’n strategie kan zwart reageren door zelf agressief te spelen.

Zelf heb ik niet echt een voorkeur voor een bepaalde kleur. Het zijn eerder bepaalde openingssystemen die ik graag speel. Het hangt ook een beetje af van de tegenstander. Sommige spelers tref je liever met wit, anderen met zwart. Wel is het zo dat je altijd rekening houdt met het feit of je wit of zwart hebt. Dit hoort bij de voorbereiding van je partij. Je leeft als het ware toe naar je rol als zwart- of witspeler. De schaker pendelt heen en weer tussen de zwarte en de witte wereld.

Schrijf reactie (0 Reacties)

Huisschakers en topschakers

Als kind droom je ervan om ergens wereldkampioen in te worden. Liefst voetbal, want dan ben je super populair, maar als je toevallig aardig kan schaken is wereldkampioen schaken natuurlijk ook een doel. IJdele hoop. Het verschil in kracht tussen huisschakers en profschakers is gigantisch. Waar zit hem dat in?

Topschakers besteden natuurlijk veel meer tijd aan het schaken. Er zijn experts die beweren dat talent niet belangrijk is en iedereen de top kan bereiken als maar genoeg wordt geoefend. Een stelregel van 10.000 uur wordt aangehouden. Uitgaande van een 5-daagse werkweek van 8 uur is dit ongeveer 5 jaar oefenen. Ik heb mijn twijfels. Zelf heb ik zeker tussen mijn tiende en twentigste aardig wat uurtjes achter het schaakbord gezeten. Eerst ga je met sprongen vooruit, maar op een gegeven moment loop je tegen grenzen aan. Met gerichte training is dat natuurlijk ook nog wel te verhelpen, maar het kost wel steeds meer inspanning.

Als je onbeperkt tijd hebt, dan zou je inderdaad elk niveau kunnen bereiken, maar die heb je natuurlijk niet. Aangeboren talent is toch een belangrijke factor. Sommige mensen pikken dingen sneller op. Dit houdt in dat als jij zuchtend en zwetend eindelijk de mat-in-drie opgaven kunt oplossen, de talentvolle speler al fluitend de mat-in-10-opgaven oplost. Natuurlijk moet dit talent wel ontdekt en ontwikkeld worden. Je moet tenslotte oefenen om beter te worden. In veel gevallen zullen talent en inspanning elkaar positief beïnvloeden. Als je goed in iets bent, is het aanlokkelijker een extra inspanning te leveren.

Veel mensen zouden denk ik wel een rating van 2000 kunnen halen, als ze zich er werkelijk toe zouden zetten. Dit geldt helemaal als ze schaaklessen krijgen en systematisch bijvoorbeeld de stappenmethode van de KNSB aflopen. Maar ja, waar ben je dan. Je kan een lekker potje spelen, maar het verschil met Carlsen en Giri is nog steeds enorm. Om in wielertermen te spreken: je staat in bocht 10 van de Alp d’Huez.

Is het erg om te merken dat je nooit een topper zult worden? Helemaal niet! Het plezier in het spel wordt er namelijk niet minder om. Schaken is puzzels oplossen en dit kun je doen op elk niveau. De huisschaker die een bekende stikmatcombinatie kan uitvoeren zal daar waarschijnlijk evenveel plezier aan beleven als een topschaker die een ingewikkeld eindspel tot winst voert. Voor een profschaker is schaken ook gewoon werk, met alle stres die dat met zich meebrengt. Als huisschaker heb je eigenlijk het beste van twee werelden. Je kunt zonder zorgen genieten van het spel.

Schrijf reactie (0 Reacties)

Schaaklessen

Er zijn twee manieren om te leren schaken. Je volgt schaaklessen volgens een lesprogramma of je gaat zelf aan de slag en probeert te hooi en te gras wat kennis te vergaren. Schaken verschilt hierin niet van andere sporten. Een voetballer kan zowel op straat of op een veldje zijn techniek bijslijpen als tijdens de training. Bij teamsporten komt de training eigenlijk automatisch. Je moet immers met anderen leren samenspelen. Bij een individuele sport als schaken ben je in principe geheel vrij.

Kunnen schakers iets van voetballers leren? Ik ben zelf iemand die schaken heeft geleerd door in schaakboeken te neuzen en vooral veel te spelen. Drie boeken waren belangrijk: Het lesboek van de KNSB, “Oom Jan leert zijn neefje schaken” en Praktische schaaklessen 5 van Max Euwe. Het eerste boek was nuttig voor de tactiek, het tweede vooral voor de openingen en het derde voor de strategie. Ook het naspelen van partijen van grootmeesters uit lang vervlogen tijden was erg nuttig. Ten slotte heb ik schaken vooral geleerd door heel erg veel te spelen.

Het zelf samenstellen van je eigen “lesprogramma” heeft voordelen. Je blijft plezier in het spel houden en zowel de lesstof als de boeken zijn volledig op je toegesneden. Er zijn ook nadelen. Dingen die minder leuk zijn (in mijn geval bijvoorbeeld eindspelen) blijven liggen, tenzij je over zeer veel discipline beschikt. Als je het allemaal zelf doet, vallen lacunes in je kennis je ook minder op.

Kinderen leren tegenwoordig schaken via de stappenmethode. Aan de hand van deze door de KNSB gesteunde methode leer je, de naam zegt het al, stap voor stap schaken. Stap 1 leert de loop van de stukken. Als je stap 6 met succes hebt afgerond ben je een serieuze clubschaker. Voordeel is dat je op gestructureerde wijze alle facetten van het schaakspel leert kennen. Nadeel is natuurlijk dat dit vaste “format” misschien niet aansluit bij jouw voorkeuren.

Ik zou iedereen die (beter) wil leren schaken toch aanraden de stappenmethode door te nemen. Deze basis kan je dan aanvullen met boeken (of dvd’s) die je zelf leuk vindt. Het is verder nuttig partijen na te spelen en je eigen partijen te analyseren. De computer is daarbij een handig hulpmiddel. Strategie kan je niet goed leren met de computer, maar tactische combinaties haalt de computer altijd uit je partij. Handig om te zien wat je hebt gemist. Ten slotte kan je ook op youtube veel instructiefilmpjes over schaken zien. Het belangrijkste blijft toch veel spelen. Alleen door oefening kan je het schaken onder de knie krijgen.

Schrijf reactie (0 Reacties)

Kerstgedachte

Kerst en Oud en Nieuw zijn een tijd van saamhorigheid. Samen met vrienden, familie of goede kennissen naar de Kerstnachtdienst, of, meer seculier, aan het Kerstmaal, terwijl op de achtergrond de opgetuigde Kerstboom in de kamer staat te stralen. Spelletjes horen daarom bij de feestdagen. In mijn herinnering zijn althans vele Kerstdagen besteed aan het gezamenlijk klaverjassen, het spelen van monopoly of een ander spel. Wat dat betreft passen schaken en feestdagen prima bij elkaar. Ook bij flakkerend kaarslicht kan een partij schaak worden gespeeld. Wie weet, zijn de feestdagen een reden om het schaakspel weer eens uit de kast te halen.

Kerst en Oud en Nieuw zijn ook traditie. Voor Christenen staat Kerst natuurlijk in het teken van de geboorte van Christus, met alle rituelen die bij de viering horen. Niet-religieuzen hebben hun eigen tradities: het gezamenlijk dineren, de Top-2000, het Glazen Huis van Serious Request, oliebolleneten en op 1 januari kijken naar skischansspringen in Garmisch-Partenkirchen. Het lijkt verschillend, maar de mens is een sociaal wezen. Gezamenlijk gedeelde tradities zijn daarom belangrijk voor een samenleving. Traditie en schaken passen natuurlijk prima bij elkaar. Veel schaakclubs kennen een Kerst- of Nieuwjaarstoernooi. Vaak heeft dit een wat speels karakter: het is bijvoorbeeld een snelschaaktoernooi of een toernooi met een handicap. Dit past ook weer in een traditie. Even een luchtig intermezzo, om in een nieuw schaakjaar fris en serieus aan de slag te kunnen.

Kerst en Oud en Nieuw zijn ook reflectie. Wat bracht het oude jaar, en wat brengt het nieuwe. Ook in dit opzicht past het schaken prima bij de feestdagen. Wat ging er goed, maar vooral, wat ging er mis. Is het Frans echt wel de meest geschikte opening, of moet ik toch iets anders kiezen? Zelfs op dieper niveau zijn er overeenkomsten. Ook dit jaar hoorde ik weer vaak “Ik stond goed, maar toen overzag ik Pf7 en ging het ineens mat”. Een vervelend verleden, maar met hoop voor de toekomst. Precies de sfeer bij de feestdagen!

Kerst en Oud en Nieuw zijn ook een tijd om te denken aan anderen. Mensen die minder te besteden hebben, mensen die ziek of éénzaam zijn proberen we een hart onder de riem te steken. Ook bij het schaken hebben we elkaar nodig. Natuurlijk wil je winnen, maar zonder tegenstander gaat het niet. Bij alle verschillen worden alle schakers verbonden door hun liefde voor het spel.

Kortom: de feestdagen en schaken passen prima bij elkaar. Ik wens jullie een vrolijk Kerstfeest en een voorspoedig 2018 met natuurlijk veel schaakplezier!

Schrijf reactie (1 Reacties)

Schaken als sociaal project

In de Trouw van zaterdag 23 september stond een leuk artikel over het jeugdschaken in Rotterdam. In die stad is een combinatiefunctionaris schaken benoemd die schaaklessen organiseert voor kinderen van zes tot achttien jaar. Een mooi initiatief om kinderen op de basis- en middelbare school aan het schaken te krijgen. Grappig was ook dat de functionaris in Amsterdam voetbalcoach is. Fysieke sport en denksport bij elkaar gebracht.

Toch had ik wat ongemakkelijke gevoelens bij het lezen van het artikel. Dit kwam vooral omdat het schaken niet alleen wordt aangeprezen om het mooie spel zelf, maar ook om allerlei hogere doelen te bereiken. Frankrijk werd als voorbeeld genoemd waar de Franse regering heeft verplicht dat op basisscholen aandacht wordt besteed aan schaken. In het artikel wordt geschreven dat de jonge schakers daar vaak uit lagere klassen komen, die dankzij het schaken merken wat in hun mars te hebben. Schaken kan ook dienen om sociale barrières te slechten. Schaken als sociale springplank zeg maar. Een Rotterdamse Wethouder hoopt met het stimuleren van schaken de leerprestaties te bevorderen.

Ongetwijfeld kan het schaken helpen sociale contacten te verbeteren en de horizon te verbreden. Ik zie echter niet waarom het schaakspel hiervoor geschikter is dan voetbal, spelen in een toneel- of muziekgroep of schilderen. Elke activiteit waarbij kinderen met anderen in contact komen kan hierbij helpen. Het gaat er dan om of het overheidsgeld goed wordt besteed. Hiervoor moet eerst gekeken worden welk doel nu moet worden bereikt. Leren schaken om leerprestaties te verbeteren lijkt mij nogal omslachtig. Het lijkt mij zinvoller om kijken naar de kwaliteit van de lessen en de leraren.

Ik vind het prima als op scholen schaaklessen worden gegeven. Bij schaken als verplicht vak moet ik echter gelijk denken aan de verplichte boekenlijsten op de middelbare school. Een dertig jaar durende afkeer van Louis Couperus was bij mij het gevolg. Afgelopen jaar ben ik begonnen zijn werk opnieuw te lezen. Verder denk ik dat je met betrekking tot de andere doelen de verwachtingen niet te hoog moet stellen. Bij het schaken zie ik vaak kinderen uit verschillende culturen tegen elkaar spelen. Heel mooi, maar we moeten iet verwachten dat problemen met de multiculturele samenleving door het schaken kunnen worden opgelost. Schaken kan hooguit een helpende hand bieden. Laat kinderen vooral schaken vanwege het plezier in dit mooie spel. Alle andere voordelen zijn mooi meegenomen.

Schrijf reactie (2 Reacties)
2018  Schaakvereniging Voorburg