In deze reeks artikelen schrijven verschillende leden van Schaakvereniging Voorburg. Diverse onderwerpen komen aan de orde. Van "Kunst en schaken"  tot de vraag "Waarom schaken we eigenlijk?". 

Zwart of wit

Wil je zwart of wit? Veel partijen begonnen met die vraag toen ik als kind leerde schaken. Ik herinner mij dat ik toen liever met zwart speelde. Ik vond de zwarte stukken veel mooier dan de witte. Als je beter leert schaken, baseer je de keuze natuurlijk op de voorkeuren die het spelen met een bepaalde kleur heeft. Toch verandert er eigenlijk niet veel. Als schaker is het toch altijd: wat heb je liever, wit of zwart?

Hoewel de zwartspeler reageert op de witspeler zijn de mogelijkheden om te bepalen wat er op het bord komt gelijkwaardig. Het schaken ken zoveel verschillende systemen, dat de zwartspeler bij elke openingszet van wit wel iets van zijn smaak kan vinden. Dit is een van de leuke aspecten van het schaken. Kan je een stand op het bord krijgen die je ligt.

In theorie is het een voordeel om met wit te spelen. Wit begint, een heeft daardoor als het ware een halve zet voorsprong. Symmetrisch spel, zeg maar het na-apen van de zetten van de tegenstander, is dan ook voordelig voor de witspeler. Natuurlijk is dit theorie. In de praktijk bega je onnauwkeurigheden, waardoor het voordeel van de begin-zet verdwijnt. Toch wint de witspeler procentueel vaker dan de zwartspeler. Een onnauwkeurigheid met wit leidt tot een gelijke stelling, terwijl een mindere zet met zwart vaak leidt tot een onprettige positie.

Omdat je met wit begint, kan je proberen gelijk vol op de aanval te spelen. Een zwartspeler kan daarop inspelen door zich verdedigend maar wel flexibel op te stellen om daarna in het verlaten achterland toe te slaan. Een andere mogelijkheid is dat wit vertrouwt op zijn techniek, en de begin-zet gebruikt voor een klein langdurig voordeeltje. Op zo’n strategie kan zwart reageren door zelf agressief te spelen.

Zelf heb ik niet echt een voorkeur voor een bepaalde kleur. Het zijn eerder bepaalde openingssystemen die ik graag speel. Het hangt ook een beetje af van de tegenstander. Sommige spelers tref je liever met wit, anderen met zwart. Wel is het zo dat je altijd rekening houdt met het feit of je wit of zwart hebt. Dit hoort bij de voorbereiding van je partij. Je leeft als het ware toe naar je rol als zwart- of witspeler. De schaker pendelt heen en weer tussen de zwarte en de witte wereld.

Schrijf reactie (0 Reacties)

Schaaklessen

Er zijn twee manieren om te leren schaken. Je volgt schaaklessen volgens een lesprogramma of je gaat zelf aan de slag en probeert te hooi en te gras wat kennis te vergaren. Schaken verschilt hierin niet van andere sporten. Een voetballer kan zowel op straat of op een veldje zijn techniek bijslijpen als tijdens de training. Bij teamsporten komt de training eigenlijk automatisch. Je moet immers met anderen leren samenspelen. Bij een individuele sport als schaken ben je in principe geheel vrij.

Kunnen schakers iets van voetballers leren? Ik ben zelf iemand die schaken heeft geleerd door in schaakboeken te neuzen en vooral veel te spelen. Drie boeken waren belangrijk: Het lesboek van de KNSB, “Oom Jan leert zijn neefje schaken” en Praktische schaaklessen 5 van Max Euwe. Het eerste boek was nuttig voor de tactiek, het tweede vooral voor de openingen en het derde voor de strategie. Ook het naspelen van partijen van grootmeesters uit lang vervlogen tijden was erg nuttig. Ten slotte heb ik schaken vooral geleerd door heel erg veel te spelen.

Het zelf samenstellen van je eigen “lesprogramma” heeft voordelen. Je blijft plezier in het spel houden en zowel de lesstof als de boeken zijn volledig op je toegesneden. Er zijn ook nadelen. Dingen die minder leuk zijn (in mijn geval bijvoorbeeld eindspelen) blijven liggen, tenzij je over zeer veel discipline beschikt. Als je het allemaal zelf doet, vallen lacunes in je kennis je ook minder op.

Kinderen leren tegenwoordig schaken via de stappenmethode. Aan de hand van deze door de KNSB gesteunde methode leer je, de naam zegt het al, stap voor stap schaken. Stap 1 leert de loop van de stukken. Als je stap 6 met succes hebt afgerond ben je een serieuze clubschaker. Voordeel is dat je op gestructureerde wijze alle facetten van het schaakspel leert kennen. Nadeel is natuurlijk dat dit vaste “format” misschien niet aansluit bij jouw voorkeuren.

Ik zou iedereen die (beter) wil leren schaken toch aanraden de stappenmethode door te nemen. Deze basis kan je dan aanvullen met boeken (of dvd’s) die je zelf leuk vindt. Het is verder nuttig partijen na te spelen en je eigen partijen te analyseren. De computer is daarbij een handig hulpmiddel. Strategie kan je niet goed leren met de computer, maar tactische combinaties haalt de computer altijd uit je partij. Handig om te zien wat je hebt gemist. Ten slotte kan je ook op youtube veel instructiefilmpjes over schaken zien. Het belangrijkste blijft toch veel spelen. Alleen door oefening kan je het schaken onder de knie krijgen.

Schrijf reactie (0 Reacties)

Regels

Om te kunnen schaken heb je regels nodig. Allereerst zijn er natuurlijk de basisspelregels zoals de loop van de stukken, de rochade, pat en mat. Deze basisregels zijn voor het schaken al zeker 200 jaar hetzelfde. Dat is erg prettig. We kunnen nog ongestoord genieten van de partijen die Louis de Labourdonnais en Alexander McDonnel in 1834 tegen elkaar speelden.

Sommige spelregels zijn wel ietsje veranderd. Zo is de 50-zetten-regel, een partij is remise als 50 zetten lang geen stuk is geslagen of pion is gespeeld, in de loop der tijd uitgebreid naar 100-zetten voor een aantal bijzondere eindspelen. Narekenen met de computer liet zien dat een eindspel dame en koning tegen koning en twee lopers voor de sterkste partij gewonnen is, maar dat de winstvoering meer dan 50 zetten kost.

Bij het wedstrijdschaak komen aanvullende regels kijken. Je speelt met een schaakklok en de zetten moeten worden genoteerd. De notatie dient vooral zodat kan worden geconstateerd of een remiseclaim terecht is. Een speler kan remise claimen als drie keer dezelfde stand op het bord kan komen. Veel huisschakers moeten wennen aan deze aanvullende regels. Ik vind het spel er leuker op worden. Het is fijn om je partijen na te kunnen spelen en het spelen met een klok geeft het schaken een extra dimensie.

Ten slotte is er een hele groep regels die betrekking hebben op wat ik maar randzaken zal noemen. Deze hebben te maken met je gedrag aan het schaakbord en in de toernooizaal. Deze groep regels heeft de natuurlijke neiging uit te dijen. Schakers willen winnen en dat houdt in dat elke truc om het punt binnen te halen in de loop der tijd is uitgeprobeerd, met aanscherping van de regels tot gevolg. Alles wat onder afleiding van de tegenstander kan worden verstaan is niet toegestaan. Het is ook niet toegestaan om bij iedere zet remise aan te bieden. De opkomst van mobiele telefoons zorgt voor nieuwe uitdagingen. Vanwege afkijkgevaar is het in principe niet toegestaan om ICT-apparatuur bij je te hebben in de toernooizaal.

Hoeveel regels heb je nodig? Dat hangt er vanaf. Voor een schaakpartij in het café zijn de basisregels voldoende. Als je het wedstrijdelement leuk vindt, zijn ook de aanvullende regels voor het wedstrijdschaak nuttig. Regels rondom het gedrag zijn voor het echte spelplezier het minst nuttig, maar helaas soms nodig om uitsluitsel te geven als er problemen zijn. Op de club wordt bij deze regels altijd wat coulance in acht genomen. Het zorgt niet echt voor een goede sfeer als iedereen bij het betreden van de speelzaal zijn mobiele telefoon moet inleveren. Ik zou zelf alleen maar moeten lachen als ik een speler tijdens een partij zijn mobiele telefoon zie raadplegen. Bij officiële toernooien – waar geldprijzen zijn te winnen – zijn strikte regels noodzakelijk. Bij interne wedstrijden op de club is niemand bij scherpslijperij gebaat.

Schrijf reactie (0 Reacties)

Schaken als sociaal project

In de Trouw van zaterdag 23 september stond een leuk artikel over het jeugdschaken in Rotterdam. In die stad is een combinatiefunctionaris schaken benoemd die schaaklessen organiseert voor kinderen van zes tot achttien jaar. Een mooi initiatief om kinderen op de basis- en middelbare school aan het schaken te krijgen. Grappig was ook dat de functionaris in Amsterdam voetbalcoach is. Fysieke sport en denksport bij elkaar gebracht.

Toch had ik wat ongemakkelijke gevoelens bij het lezen van het artikel. Dit kwam vooral omdat het schaken niet alleen wordt aangeprezen om het mooie spel zelf, maar ook om allerlei hogere doelen te bereiken. Frankrijk werd als voorbeeld genoemd waar de Franse regering heeft verplicht dat op basisscholen aandacht wordt besteed aan schaken. In het artikel wordt geschreven dat de jonge schakers daar vaak uit lagere klassen komen, die dankzij het schaken merken wat in hun mars te hebben. Schaken kan ook dienen om sociale barrières te slechten. Schaken als sociale springplank zeg maar. Een Rotterdamse Wethouder hoopt met het stimuleren van schaken de leerprestaties te bevorderen.

Ongetwijfeld kan het schaken helpen sociale contacten te verbeteren en de horizon te verbreden. Ik zie echter niet waarom het schaakspel hiervoor geschikter is dan voetbal, spelen in een toneel- of muziekgroep of schilderen. Elke activiteit waarbij kinderen met anderen in contact komen kan hierbij helpen. Het gaat er dan om of het overheidsgeld goed wordt besteed. Hiervoor moet eerst gekeken worden welk doel nu moet worden bereikt. Leren schaken om leerprestaties te verbeteren lijkt mij nogal omslachtig. Het lijkt mij zinvoller om kijken naar de kwaliteit van de lessen en de leraren.

Ik vind het prima als op scholen schaaklessen worden gegeven. Bij schaken als verplicht vak moet ik echter gelijk denken aan de verplichte boekenlijsten op de middelbare school. Een dertig jaar durende afkeer van Louis Couperus was bij mij het gevolg. Afgelopen jaar ben ik begonnen zijn werk opnieuw te lezen. Verder denk ik dat je met betrekking tot de andere doelen de verwachtingen niet te hoog moet stellen. Bij het schaken zie ik vaak kinderen uit verschillende culturen tegen elkaar spelen. Heel mooi, maar we moeten iet verwachten dat problemen met de multiculturele samenleving door het schaken kunnen worden opgelost. Schaken kan hooguit een helpende hand bieden. Laat kinderen vooral schaken vanwege het plezier in dit mooie spel. Alle andere voordelen zijn mooi meegenomen.

Schrijf reactie (0 Reacties)

Welkom bij de club

Wanner is een schaakclub iets voor jou? Allereerst moet je schaken leuk vinden natuurlijk, en het moet ook iets meer zijn dan een spelletje. Bij een schaakpartij in het café kun je een zet terugnemen of hartstochtelijk commentaar leveren bij je eigen briljante zetten. Een schaakpartij bij een club gaat volgens de officiële regels en met een schaakklok die de bedenktijd beperkt.

Wat doe je bij een schaakclub? Schaken natuurlijk. Op de clubavond speel je één partij tegen een ander clublid. Het fijne is dat je iedere week een andere tegenstander ontmoet. De ene keer zit je tegenover een stugge verdediger, de andere keer moet een woeste aanvaller worden bestreden. Daarnaast wordt gespeeld in teamverband tegen andere clubs. Schaken in een team heeft een eigen charme. Natuurlijk gaat het ook in deze wedstrijden om de winst, maar soms moet in het teambelang op zeker worden gespeeld en is remise genoeg.

Je hoeft niet briljant te kunnen schaken om lid te worden van een schaakclub. Natuurlijk zijn de leden van de club geen beginners en zijn er bij elke club zeer sterke spelers. Als toetredend huisschaker moet rekening worden gehouden met verlies. Maar bij elke club varieert het niveau, bij wijze van spreke van beginner tot grootmeester. Dat houdt in dat iedereen zich kan aansluiten. Veel schaakclubs bieden bovendien schaaklessen aan, zodat je beter kan leren schaken.

Een schaakclub betekent ook gezelligheid. Misschien is dit niet iets waaraan een argeloze binnenkomer denkt bij het betreden van een schaaklokaal. Vaak heerst er een museumachtige stilte, dat enigszins afschrikwekkend kan werken. Zolang er gespeeld wordt, moet het geluidsvolume van gesprekken in het speellokaal worden gedempt. De meeste schaakclubs hebben aparte zalen voor vriendschappelijke partijen en in ieder geval een bar, waar onder het genot van een drankje kan worden gepraat met andere leden. Eerst wordt natuurlijk vooral gepraat over schaken, maar gaandeweg kunnen ook de prestaties van ADO, de filosofie van Plato of het nieuwste concert van de Toppers voorbij komen.

Kortom: schaak je graag, maar wil je wel eens een andere tegenstander dan de buurman- of vrouw. Vind je het leuk wat serieuzer te schaken en na afloop onder het genot van een drankje de partij te bespreken, naast vele andere zaken? Dan is een schaakclub iets voor jou!

Schrijf reactie (0 Reacties)

Strategisch denken

In het dagelijks leven en in het schaken is strategisch denken noodzakelijk. Toch bezorgen nota´s over strategie van bedrijven, overheid of andere instellingen mij vaak de kriebels. Zo staat in de toekomstvisie van Leidschendam-Voorburg dat gestreefd wordt naar een aantrekkelijke groene woonstad met een evenwichtige bevolkingsopbouw en een ambitieuze, moderne op de burger gerichte overheid. Tja, wie is daar tegen. Hoe wordt strategie gebruikt in het schaken?

De strategie heeft in het schaken allereerst te maken met de kenmerken van de stellingen. Die zijn vaak het gevolg van het openingssysteem dat je speelt. In die zin begint het bepalen van de strategie al voor de wedstrijd zelf. Je tegenstander houdt van aanvallen? Dan kies jij een systeem waarbij hij juist in de verdediging wordt gedrukt. Of je besluit tot een systeem waarbij juist voorzichtig manoeuvreren geboden is. Op basis van deze kenmerken bepaal je de doelen die je wilt bereiken De kenmerken en de doelen zijn eerst nog vaag. Een plan kan zijn: “ik ga aanvallen op de damevleugel want daar heeft mijn tegenstander een aantal zwakke punten die ik met mijn stukken kan bezetten”. Dit plan steunt op aanwijsbare doelen (zeg het veld c4 is zwak). Uit de doelen volgt ook een volgorde om de dingen te doen. “ik ga eerst dat stuk van mijn tegenstander ruilen, vervolgens kan ik c4 bezetten, daarna win ik vroeg of laat een pion”. Als het goed is wordt het plan steeds concreter. Gebrek aan concrete uitwerking bezorgt strategische nota’s hun slechte naam. Begrippen blijven vaag en termen kunnen op meerdere manieren worden geïnterpreteerd.

Diepzinnige strategische plannen zijn leuk, maar in de schaakpartij gaat niet altijd alles volgens een rechte lijn. Het lijkt wel het echte leven. Een onverwachte zet van de tegenstander kan plotseling de stelling veranderen. De uitdaging is enerzijds in te spelen op de nieuwe mogelijkheden, maar je niet te laten afleiden door korte-termijn ontwikkelingen. Je gaat natuurlijk niet door met je strategisch plan als je plotseling mat kan zetten of de dame van de tegenstander kan winnen. Een mogelijke pionwinst die je hele strategische plan in de war gooit is ook niet altijd een aanrader. Op dat moment kunnen kenmerken weer uitkomst bieden. Welke kenmerken veranderen en hoe beïnvloedt dat mijn plan. Er is dus een voortdurende interactie tussen de korte-termijnontwikkelingen en de strategie.

Natuurlijk is het niet helemaal eerlijk strategie in het schaakspel te vergelijken met die van bedrijven of gemeentes. De schaker heeft maar één doel en kan de gevolgen van de verschillende mogelijkheden vrij direct uitrekenen. In het dagelijks leven zijn gevolgen onduidelijk en spelen meerdere belangen. Toch denk ik dat je ook in deze gevallen een goede strategische nota kan onderscheiden van een slechte. Een rapport met duidelijke kenmerken, concrete doelen en een volgorde van prioriteiten is beter dan een stuk met allerlei vage termen. Denken als een schaker kan ook in het dagelijks leven nuttig zijn.

Schrijf reactie (0 Reacties)

Moet het schaakspel veranderen?

Het eerste moderne schaaktoernooi werd gehouden in Londen in 1851. In die tijd schreef Verdi nog opera’s, bestonden de landen Duitsland en Italië nog niet en moest een spoorlijn van Rotterdam naar Utrecht nog worden aangelegd. Sinds 1851 is het schaakspel niet veranderd en hebben ook schaaktoernooien eigenlijk nog dezelfde vorm. Is het niet tijd voor verandering om aan te sluiten bij moderne tijden?

Schaken is als kijksport natuurlijk minder aantrekkelijk dan fysieke sporten. Je zou kunnen proberen, bijvoorbeeld door middel van computer animaties, inzichtelijker te maken voor buitenstaanders wat er gebeurt. Je zou ook de tijd die je hebt voor een partij korter kunnen maken. Bij dit laatste zie je al een probleem opdoemen. Sommigen vinden sneller spel inderdaad aantrekkelijker. Anderen vinden 5-minuten partijen een misdaad tegen het schaakspel. Je ziet wel dat rapid- en snelschaak populairder is geworden, mede door het toenemende belang van sponsors en de media.

Er zijn heel veel alternatieve vormen van schaak en in het verleden heeft Fischer bijvoorbeeld voorgesteld de beginopstelling door de computer te laten bepalen. Hoewel het leuk is om deze schaakvormen te spelen, zijn ze nooit een serieus alternatief voor het reguliere schaken. Bij sommige vormen vergroot je de geluksfactor, bijvoorbeeld omdat je een bepaald stuk moet spelen. Net als bij het verminderen van de tijd, vinden sommigen dit leuk, anderen zien er de lol niet van in.

Verandering van het schaakspel is zeker niet zonder risico. De aantrekkelijke kanten van het schaken worden mogelijk aangetast. Sommige schakers zullen stoppen, terwijl je maar moet zien of het spel aantrekkelijker wordt voor mensen die nu niet schaken. Voorzichtigheid is dus geboden. Voordat je gaat veranderen zal je eerst moeten nagaan wat je wilt. Moeten meer mensen gaan schaken of moet schaken aantrekkelijker worden als kijksport?

Natuurlijk moet schaken bij de tijd blijven. Het is echter vooral de aankleding rondom het schaken (meer visuele hulpmiddelen voor toeschouwer, flitsender aankleding van het toernooi) en niet het spel zelf dat moet veranderen. Veranderen en toch hetzelfde blijven: dat is de uitdaging. Dat is balanceren. Schaken is net het echte leven.

Schrijf reactie (0 Reacties)
2017  Schaakvereniging Voorburg