Strategisch denken

In het dagelijks leven en in het schaken is strategisch denken noodzakelijk. Toch bezorgen nota´s over strategie van bedrijven, overheid of andere instellingen mij vaak de kriebels. Zo staat in de toekomstvisie van Leidschendam-Voorburg dat gestreefd wordt naar een aantrekkelijke groene woonstad met een evenwichtige bevolkingsopbouw en een ambitieuze, moderne op de burger gerichte overheid. Tja, wie is daar tegen. Hoe wordt strategie gebruikt in het schaken?

De strategie heeft in het schaken allereerst te maken met de kenmerken van de stellingen. Die zijn vaak het gevolg van het openingssysteem dat je speelt. In die zin begint het bepalen van de strategie al voor de wedstrijd zelf. Je tegenstander houdt van aanvallen? Dan kies jij een systeem waarbij hij juist in de verdediging wordt gedrukt. Of je besluit tot een systeem waarbij juist voorzichtig manoeuvreren geboden is. Op basis van deze kenmerken bepaal je de doelen die je wilt bereiken De kenmerken en de doelen zijn eerst nog vaag. Een plan kan zijn: “ik ga aanvallen op de damevleugel want daar heeft mijn tegenstander een aantal zwakke punten die ik met mijn stukken kan bezetten”. Dit plan steunt op aanwijsbare doelen (zeg het veld c4 is zwak). Uit de doelen volgt ook een volgorde om de dingen te doen. “ik ga eerst dat stuk van mijn tegenstander ruilen, vervolgens kan ik c4 bezetten, daarna win ik vroeg of laat een pion”. Als het goed is wordt het plan steeds concreter. Gebrek aan concrete uitwerking bezorgt strategische nota’s hun slechte naam. Begrippen blijven vaag en termen kunnen op meerdere manieren worden geïnterpreteerd.

Diepzinnige strategische plannen zijn leuk, maar in de schaakpartij gaat niet altijd alles volgens een rechte lijn. Het lijkt wel het echte leven. Een onverwachte zet van de tegenstander kan plotseling de stelling veranderen. De uitdaging is enerzijds in te spelen op de nieuwe mogelijkheden, maar je niet te laten afleiden door korte-termijn ontwikkelingen. Je gaat natuurlijk niet door met je strategisch plan als je plotseling mat kan zetten of de dame van de tegenstander kan winnen. Een mogelijke pionwinst die je hele strategische plan in de war gooit is ook niet altijd een aanrader. Op dat moment kunnen kenmerken weer uitkomst bieden. Welke kenmerken veranderen en hoe beïnvloedt dat mijn plan. Er is dus een voortdurende interactie tussen de korte-termijnontwikkelingen en de strategie.

Natuurlijk is het niet helemaal eerlijk strategie in het schaakspel te vergelijken met die van bedrijven of gemeentes. De schaker heeft maar één doel en kan de gevolgen van de verschillende mogelijkheden vrij direct uitrekenen. In het dagelijks leven zijn gevolgen onduidelijk en spelen meerdere belangen. Toch denk ik dat je ook in deze gevallen een goede strategische nota kan onderscheiden van een slechte. Een rapport met duidelijke kenmerken, concrete doelen en een volgorde van prioriteiten is beter dan een stuk met allerlei vage termen. Denken als een schaker kan ook in het dagelijks leven nuttig zijn.

2018  Schaakvereniging Voorburg