Afstrepen

Schaken is keuzes maken. Je hebt een enorm aantal mogelijkheden, maar welke is de beste? De mens is geen computer, die alles kan uitrekenen. Een selectiemechanisme is dus nodig om een goede zet te selecteren. Hoe beter dit mechanisme, hoe beter de schaker.

De mogelijkheden die we zouden kunnen spelen noemen we kandidaatzetten. Veel mogelijkheden vallen af. Een aantal leidt tot mat of verlies aan materiaal, andere zetten hebben niets met de kern van het spel te maken. Uiteindelijk resteert een aantal mogelijkheden waar je uit moet kiezen. Dit aantal kan variëren. Soms is er maar één zet. Dat maakt het leven makkelijker. Zijn het er meer, dan moet je gaan rekenen.

Bij het zoeken naar kandidaatzetten kijk je naar directe dreigingen en de strategische kenmerken van een stelling. Dreigt er mat of staan er stukken aangevallen. Dit soort problemen moet direct worden aangepakt. Daarna kijk je naar dreigingen die je zelf kan inbouwen. De voorkeur gaat daarbij uit naar dwingende zetten. Dit vergemakkelijkt het rekenwerk. Verder hebben alle schaakstellingen specifieke strategische kenmerken. Dit kan een pionnenstructuur zijn, die sterk of zwak kan worden, of een cruciaal veld dat moet worden bezet. Deze kenmerken helpen kandidaatzetten te vinden. Ten slotte zijn er altijd de algemene overwegingen: activeer ik mijn stukken, staat mijn koning veilig, hoe is mijn pionnenstructuur.

Het aantal kandidaatzetten moet nu verder worden verkleind. Hiervoor moet je gaan rekenen. Je rekent varianten door, en evalueert de stelling die dan ontstaat. Als het goed is, vallen er steeds zetten af naarmate je verder rekent. Je gaat verder met dit proces tot je nog maar 1 zet over hebt. Dat is de zet die je gaat spelen. Schaken is in feite afstrepen van mogelijkheden.

Dit bewerkelijke proces doe je niet bewust bij iedere zet, maar alleen op cruciale momenten in de partij. Bij een gemaakte keuze hoort immers vaak een zettenreeks. Als je bij iedere zet het gehele proces bewust moet doorlopen, raak je onvermijdelijk in tijdnood. Het betekent vaak dat je aan het twijfelen bent over de gemaakte keuzes. Dit is nooit een goed teken. Bij veel zetten doorloop je het proces wel, maar heel snel en meer impliciet. Op een aantal momenten in de partij moet je echt een keuze maken. Dan is het belangrijk alle kandidaatzetten goed te evalueren.

Als je het zo opschrijft, lijkt schaken een heel simpel spel. De schijn bedriegt natuurlijk. Een dilemma is de keuze van het aantal kandidaatzetten. Is het aantal te groot, dan zie je door de bomen het bos niet meer. Is het aantal te klein, dan bestaat de mogelijkheid dat je de cruciale zet mist. Je ziet hier het verschil tussen sterke en zwakke schakers. Sterke schakers zijn beter in het vinden van kandidaatzetten. Doordat ze meer kennis en ervaring hebben, weten sterke spelers beter welke zetten wel en welke niet relevant zijn. De verzameling kandidaatzetten van sterkere schakers is dus van betere kwaliteit. Daarnaast zijn zij beter in het visualiseren van stellingen, waardoor zij de zetten bovendien verder kunnen doorrekenen. Ze hebben als het ware niet alleen betere kandidaten voor de sollicitatieprocedure, maar ook betere tests om de sollicitanten te selecteren. Logisch dus dat de sterkere schaker meestal wint en “als vanzelf” plotseling beter staat. Sterkere schakers zijn betere afstrepers.

2019  Schaakvereniging Voorburg