Klokken, onreglementaire zetten en felle kleding

Zwart en wit kunnen het niet eens worden aan welke kant van het bord de klok komt te staan. Volgens de zwartspeler mag hij bepalen waar de klok komt te staan. Wat nu?

Bij wedstrijden voor de interne competitie bepaalt de zwartspeler waar de klok staat. Deze regel geldt bij veel schaakclubs. In de officiële fide-regels staat dit niet. In externe wedstrijden en bij officiële toernooien bepaalt de arbiter waar de klok staat. Voor de arbiter is het handig als alle klokken aan dezelfde kant staan, omdat hij dan beter kan waarnemen of de vlag gevallen is. Officieel mag een speler tijdens de partij een klok alleen stilzetten om de hulp van een arbiter in te roepen. In de interne competitie zijn we niet zo streng en kunnen de spelers onderling bepalen om de klok stil te zetten.

 

Zwart staat mat, maar beide spelers zien het niet. De behulpzame toeschouwer attendeert de spelers erop dat zwart mat staat. Mag dit?

Een toeschouwer moet zich nooit met de partij bemoeien zolang er gespeeld wordt. De behulpzame toeschouwer kan het beste de arbiter/wedstrijdleider waarschuwen die, als de spelers nog steeds aan het spelen zijn, constateert dat er een onreglementaire zet wordt gedaan. De zetten die gedaan zijn nadat zwart mat is gezet zijn niet reglementair. In het geval van een niet-reglementaire zet moet de stelling worden teruggezet tot het moment waarop de eerste onreglementaire zet plaats vond. Op dat moment zal geconstateerd worden door de arbiter dat zwart mat staat en de partij voor hem verloren is. De situatie wordt nog ingewikkelder als zwart en wit intussen remise zijn overeengekomen en achteraf wordt geconstateerd dat zwart mat staat. Voor de interne competitie geldt in dat geval de regel dat de partij met het remiseaanbod is geëindigd en de partij remise is. Het terugzetten na de laatste reglementaire stand kan niet plaatsvinden nadat de partij is beëindigd. De officiële regels zijn op dat punt echter niet geheel duidelijk.

 

Een speler draagt een overhemd in opvallend felle psychedelische kleuren. Zijn tegenstander klaagt dat dit hem afleidt. Wat nu?

Bij ons gelden geen kledingvoorschriften. Dit heeft in onze club tot nu toe niet tot problemen geleid. In principe geldt dat alles wat kan vallen onder hinderen van de tegenstander niet is toegestaan. Het is aan de arbiter om te bepalen of de specifieke kleding inderdaad hieronder valt. Bij zeer excentrieke kleding zou de arbiter een waarschuwing kunnen uitdelen en de speler kunnen verzoeken een jas aan te trekken. Een speler moet het in de interne competitie wel erg bont maken wil ik hiertoe overgaan. In principe zal ik proberen om door overleg te proberen een dergelijke situatie in de toekomst te voorkomen.

2018  Schaakvereniging Voorburg